BESCHOUWING KORT te besturen en de betrouwbaarheid steeds beter te borgen. De betrouwbaarheid van onze netten is daarmee een verborgen kwaliteit, die zich pas openbaart als de dienstverlening wordt verstoord of onderbroken. Maak dat maar eens meetbaar. Betrouwbaarheid is ‘de waarschijnlijkheid dat een systeem een vereiste functie onder gespecificeerde condities voor een bepaalde periode foutloos kan uitvoeren’. Gegeven deze definitie is het de vraag hoe betrouwbaar de vitale infrastructuren in Nederland zijn en hoe we de prestaties in kaart kunnen brengen. Dat laat zich minder eenvoudig beantwoorden dan je zou vermoeden. Sterker nog, betrouwbaarheid als criterium om prestaties van infrastructuren te vergelijken is helemaal niet goed bruikbaar. Om deze vier redenen: 1. Subjectiviteit Doordat de condities waaronder een systeem foutloos moet kunnen werken vóóraf moeten worden gedefinieerd, is sprake van een inherent subjectief en ‘politiek’ oordeel. Er bestaat onvoldoende eenduidigheid over wat precies vereiste prestaties van vitale infrastructuren dienen te zijn. Verschillende belanghebbenden hebben verschillende verwachtingen van vereiste prestaties van infrastructuren. Een forens wenst beschikbaarheid en betrouwbaarheid tijdens de spits. Wie buiten de spits reist wenst daarentegen juist betrouwbaarheid buiten de spits en bijvoorbeeld ’s avonds en in de weekenden. Bovendien zijn de prestaties niet eenduidig te formuleren, omdat gebruikers verschillende ‘aspecten’ van de geleverde diensten waarderen. Een chemische fabriek wil bovenal een continue elektriciteitsvoorziening, terwijl een onderzoekslaboratorium juist een zo stabiel mogelijk elektriciteitssignaal wenst (frequentie en voltage). Wanneer de wensen en eisen van de een zouden moeten wijken voor die van een ander, is niet objectief vast te stellen. En bovendien is bekend dat de prestatievereisten in de tijd variëren. Als je een keer vliegt, dan wil je dat er vooral dan geen vertragingen in het luchtverkeer zijn. Kortom, onbetrouwbaarheid op juist dat moment is zeer problematisch. Hoewel vanuit het perspectief van de individuele afnemer betrouwbaarheid van de dienstverlening dus een goed criterium kan zijn, is dat op het niveau van infrastructuren minder het geval. Uitspraken over de betrouwbaarheid van infrastructuren zijn minder goed bruikbaar als objectief criterium om mee te vergelijken. 2. Multifunctionaliteit Daarnaast kun je je afvragen of infrastructuren op zichzelf wel een waarde of prestatie leveren, omdat ze onderdeel vormen van een netwerk met andere vitale infrastructuren. Issues rondom beschikbaarheid • De definitie van beschikbaarheid wordt gedreven door data-beschikbaarheid. Dat bepaalt wat infrabeheerders definiëren onder (niet-)beschikbaarheid. • De relatie tussen betrouwbaarheid en beschikbaarheid is niet eenduidig. Op het spoor is sprake van verminderde beschikbaarheid als de snelheid van treinen beperkt wordt in baanvakken (40 km/uur). Maar bij een verminderde prestatie is de infrastructuur nog wel beschikbaar. • Wat als er redundantie is en die valt weg. Is de asset dan beschikbaar of niet? • Een kade of pier kan wel beschikbaar zijn, maar niet in gebruik. Hoe moet een pier of kade beschouwd worden als deze wel beschikbaar is, maar er geen vraag naar is? Dezelfde voorbeelden gelden op het wegen- en spoornet. • Er bestaat een verschil tussen assets die beschikbaarheidsprestaties autonoom halen versus assets en (delen van) infrastructuren die afhankelijk zijn van prestaties van anderen om die beschikbaarheid te bereiken. • De duur van de niet-beschikbaarheid bepaalt het effect op de maatschappij. Deze dimensie wordt via beschikbaarheid niet meegenomen, maar zou wel meegenomen moeten worden. • De vertaling van beschikbaarheid op netwerkniveau naar het kleinste detail door de keten heen, kan problemen opleveren. Immers, welke bijdrage levert welk onderdeel van een infrastructuur aan de beschikbaarheid van grotere eenheden? De totale beschikbaarheid van een infrastructuur is dus lastig vast te stellen. NGINFRAmagazine 37 Vaak realiseren ze meerdere waarden tegelijkertijd. Denk aan een weg op een dijk: het is een waterkering, maar vervult ook een transportfunctie. En een straat kan enerzijds dienen als afwateringskanaal van water, maar tegelijkertijd ook onderdeel van een waterinfrastructuur zijn die tot doel heeft het waterstelsel te beheersen. 3. Datagebrek Ook al zouden we eenduidige definitie(s) van prestaties kunnen opstellen, dan ontbreken vooralsnog te veel gegevens. Betrouwbaarheidsdata zijn zeer gefragmenteerd en niet of nauwelijks vergelijkbaar over specifieke industrieën of landen. Laat staan over verschillende vitale infrastructuren. Publieke data over de betrouwbaarheid van infrastructuren over de lange termijn zijn niet alom beschikbaar. 4. Effect En tot slot, verstoringen in en uitval van (delen van) infrastructuren resulteert lang niet altijd in maatschappe Pagina 36

Pagina 38

Scoor meer met een webwinkel in uw club bladen. Velen gingen u voor en publiceerden magazines online.

NGinfra 4 2016 Lees publicatie 159Home


You need flash player to view this online publication