BESCHOUWING lijke verstoringen. Dat hangt af van de plaats waar ze zich voordoen en de manier waarop infrabeheerders ermee omgaan. Ontwerpkeuzes, de staat van onderhoud, de mate van redundantie in een infrastructuur, de specifieke netwerktopologie: keuzes die allemaal invloed hebben op de uiteindelijke betrouwbaarheid en daarmee de maatschappelijke impact. Sommige routinematige verstoringen zijn zelfs maatschappelijk geaccepteerd. Denk aan files op zwarte zaterdag of na een ongeval. Beschikbaarheid als prestatie-indicator? Maar als betrouwbaarheid niet goed bruikbaar is, resteert de vraag hoe we de prestaties van netwerkbeheerders wél in kaart kunnen brengen. Beschikbaarheid zou een indicator kunnen zijn om de continuïteit van dienstverlening te karakteriseren. Netwerkbeheerders gebruiken dit doorgaans als Key Performance Indicator (KPI) voor het managen van hun dienstverlening. Beschikbaarheid geeft inzicht in ‘de mate waarin het mogelijk is om van een infrastructuur gebruik te maken. Het veronderstelt een situatie waarin sprake is van een gerealiseerde en functionerende infrastructuur’. Bij beschikbaarheid kijken we dus naar de vraag hoe goed er gebruik kan worden gemaakt van de infrastructuur. Of omgekeerd geredeneerd: hoe vaak deze eruit ligt en dus niet beschikbaar is. Het analyseren van beschikbaarheid van infrastructuur is vanuit het perspectief van assetmanagement aantrekkelijk en eenvoudiger. Het stelt netwerkbeheerders in staat uniforme processen in te richten. En er kan een minimale beschikbaarheid worden gedefinieerd, bijvoorbeeld bij uitbesteding van beheer en onderhoud. Beschikbaarheid als indicator voor het meten en vergelijken van prestaties is dus een nuttiger concept dan betrouwbaarheid, al zijn er ook als het gaat om beschikbaarheid nog veel vragen. Binnen NGinfra onderkennen we als infrabeheerders dat we via ons eigen optreden elkaars prestaties beïnvloeden. Zowel in betrouwbaarheid als in beschikbaarheid. Een gezamenlijk verkenningsproces naar de consequenties hiervan staat daarom voorop. Spoor Spoorwegbeheerder ProRail hanteert als indicator Treindienst Aantastende Onregelmatigheden (TAO). Dit zijn verstoringen aan de infrastructuur als gevolg van techniek, weer, processen of derden. Een TAO is een verstoring waardoor een of meer treinen een vertraging van 3 of meer minuten oploopt. ProRail onderkent daarnaast geplande en ongeplande beschikbaarheid. Bijbehorende indicatoren zijn: > Functie Herstel Tijd (FHT): de tijd die het kost om de directe gevolgen van een onregelmatigheid (treinhinder) aan de infra te verhelpen (vanaf de melding tot het moment van beschikbaarheid van de infra). > De Trein Vrije Periode (TVP): de tijd dat de infrastructuur ‘buiten dienst’ is gesteld. Beschikbaarheid is de fractie van de tijd waarin een samenstelling van systemen, een systeem of infraobject gebruikt kan worden om tijdens de ‘openingstijden’ van de infrastructuur de treindienst volgens planning uit te kunnen voeren. De (niet-) beschikbaarheid wordt uitgedrukt in ongeplande niet-beschikbaarheid, uitgedrukt in TAO maal FHT (uren), en geplande niet-beschikbaarheid in TVP maal duur van TVP (uren). 13 minuten • Drinkwater Mark de Bruijne Universitair Docent bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management, TU Delft Bij drinkwaterbedrijf Vitens worden twee indicatoren gehanteerd. Ondermaatse Leveringsminuten (OLM) is het aantal minuten dat een inwoner per jaar gemiddeld zonder water heeft gezeten. Deze indicator is ontwikkeld door alle drinkwaterbedrijven. Inmiddels is OLM2.0 in ontwikkeling die ook andere prestaties meet (bijvoorbeeld klantmeldingen). Daarnaast meet Vitens de mate waarin wordt voldaan aan de wettelijke normen, zoals vastgelegd in de Waterkwaliteitsindex (WKI). 38 NGINFRAmagazine Pagina 37

Pagina 39

Interactieve e-catalogus, deze nieuwsbrief of reclamefolder is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het online publiceren van web reclamefolders.

NGinfra 4 2016 Lees publicatie 159Home


You need flash player to view this online publication