HOOFDREDACTIONEEL Meer dan de nummer 3 We beschikken in Nederland over een fantastische infrastructuur. Sterker nog, alleen Hongkong en Singapore scoren hierop beter in het Global Competitiveness Report van het vermaarde World Economic Forum. Onze minister verwees naar het onderzoek tijdens een interview in het tv-programma Buitenhof afgelopen zomer. En ook in het ambitieuze plan om onze infrastructuur in 2030 volledig energieneutraal te laten functioneren, schreef ze dat ‘Nederland wereldwijd in de top drie zit als het gaat om de kwaliteit van onze infrastructuur’. Een fantastische prestatie. Duidelijk dus waar we in Nederland op moeten sturen in termen van kwalitatief hoogwaardige infrastructuur: de WEF criteria? De vraag bij dit soort onderzoeken is natuurlijk altijd hoe dergelijke lijstjes tot stand zijn gekomen. Immers, wat is de definitie van een goede infrastructuur? En hoe meet je die kwaliteit? Als Themacenter Beschikbaarheid hebben we de ambitie om prestaties van verschillende infrastructuren met elkaar te vergelijken. Daarvoor zoeken we naar een manier om beschikbaarheid op een eenduidige wijze te definiëren. Dat blijkt geen eenvoudige opgave [pag 36]. Het World Economic Forum meet kwaliteit aan de hand van negentien indicatoren, variërend van ‘aandeel van de bevolking met toegang tot elektriciteit’ tot ‘het aantal kilometers spoor per vierkante kilometer’ en van ‘efficiency van transportservices’ tot ‘de gemiddelde snelheid waarmee de tien grootste steden per weg te bereiken zijn’. Binnen NGinfra zijn we ervan overtuigd dat samenwerking tússen infrastructuren vereist is om de kwaliteit en prestaties verder te verbeteren ten behoeve van maatschappelijke weerwaarde [pag 40]. Maar opvallend is dat mate van samenwerking niet als indicator is meegenomen in het rapport. Dat kan liggen aan het feit dat het moeilijk te operationaliseren is. Maar ook aan het feit dat netwerkoverstijgend samenwerken, zoals we dat binnen NGinfra doen, uniek en niet vanzelfsprekend is in de wereld van infrastructuurbeheerders. Iets anders dat ontbreekt in de lijst is innovatiekracht van infrastructuur. In hoeverre zijn infrastructuurbeheerders in staat om voorspelbaar te onderhouden en te beheren? Hoe ‘slim’ zijn de netwerken (samen)? En wat is de commerciële levensduur ervan [pag 22]? Ik geloof dat juist deze niet-technische indicatoren het verschil maken als het gaat om het nog verder verhogen van de kwaliteit van infrastructuur. Dat fysieke condities van netwerken en de verbindingen goed moeten zijn is bekend, maar dat is slechts één aspect. Een belangrijke noodzakelijke voorwaarde. In een tijd waarin we afhankelijker worden van elkaar [pag 14] onder invloed van digitalisering en urbanisatie moeten infrastructuurbeheerders echter verder kijken over de eigen organisatiegrenzen en over de sectorgrenzen heen. Netwerkoverstijgende samenwerking is nodig om de beschikbaarheid en prestaties van netwerken gezamenlijk te verbeteren en wellicht op een andere wijze te optimaliseren. Allemaal met als doel de economie en de kwaliteit van leven in onze kleine maar dichtbevolkte delta verhogen. Daarom zijn dit thema’s waar we ons met het Themacenter Beschikbaarheid op focussen. Aspecten die belangrijker zijn dan de criteria van het World Economic Forum. HOpelijk zien we dat in de toekomst terug op de plaats van Nederland in de ranking. Namens Themacenter Beschikbaarheid, Mark de Bruijne 6 NGINFRAmagazine Pagina 5

Pagina 7

Voor spaarprogramma, online clubbladen en whitepapers zie het Online Touch content management system systeem. Met de mogelijkheid voor een webshop in uw magazines.

NGinfra 4 2016 Lees publicatie 159Home


You need flash player to view this online publication