INHOUD FEATURE FEATURE Interconnected infrastructures: Wie managet de verbonden risico’s? Na de verkiezing van Donald Trump twijfelen échte Democraten inmiddels aan de wenselijkheid van een open internet waar totale onzin als nieuws gepresenteerd zou worden. Waren de Chinezen dan toch niet zo gek toen ze bij de lancering van het internet in ’94 kozen voor een centrale coordinatie op wie toegang heeft tot welke informatie? De discussie over de risico’s van wederzijdse afhankelijkheid is actueler dan ooit. De Amerikaanse hoogleraar Paul Schulman maakte studie van aan elkaar gekoppelde infrastructuren. ‘We zijn ons onvoldoende van de risico’s bewust.’ DOOR JAN JAGER 14 NGINFRAmagazine NGINFRAmagazine 15 Nog 4 jaar en 3 maanden te leven? Restlevensduur, meer dan techniek Een brug die zelf aangeeft wanneer deze technisch gezien vervangen moet worden, is geen toekomstmuziek. Door middel van sensoren zijn we steeds beter in staat de restlevensduur van infrastructuur te voorspellen. Maar die restlevensduur gaat verder dan alleen de technische staat. Kunnen we predictive maintenance ook doorvertalen naar andere soorten levensduur? DOOR GIEL JURGENS REactie EDWIN BLAAUWGEERS 22 Giel Jurgens Asset Owner bij Havenbedrijf Rotterdam NGINFRAmagazine ‘V eroudering’ en ‘restlevensduur’, het zijn kreten die in de infrawereld nogal eens ter sprake komen. Maar wat bedoelen we er eigenlijk mee? De restlevensduur kan namelijk op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Toch gaan we er vaak automatisch vanuit dat het gaat over technische veroudering en technische restlevensduur. Logisch, want de assetmanager van infra heeft over het algemeen een technische blik. Dat komt niet alleen door de vooropleiding, maar ook door de ‘opvoeding’ bij infraorganisaties waar ze werkzaam zijn. Hun affiniteit met techniek is groot. Maar er is meer dan dat. Meer dan techniek We kennen verschillende soorten levensduur. Naast technische levensduur, de tijd waarin een asset zijn functie kan vervullen en waarbij de risico’s acceptabel zijn, hebben assets namelijk ook een economische, een commerciele (lees: functionele) en een compliance levensduur. (zie kader) Deze verschillen in veel gevallen van de technische levensduur en zijn minder eenvoudig te berekenen. Voor het garanderen van de beschikbaarheid van infrastructuur op korte en lange termijn – kortom de taak van een infra-assetmanager – zijn deze waarden echter net zo essentieel. Sterker nog, onder invloed van ontwikkelingen als de energietransitie, urbanisatie en digitalisering, worden deze belangrijker. 1 Toekomst voorspellen Predictive maintenance, het managen van assets gestuurd door voorspellende data-analysemethoden, biedt perspectief voor het voorspellen van levensduur. Je verzamelt data over je assets, combineert dit eventueel met andere datasets – denk aan weergegevens van het KNMI – en gebruikt dat om te komen tot een voorspellend model. De laatste jaren halen we steeds vaker data op met sensoren die een schat aan data opleveren op basis waarvan voorspellingen kunnen worden gedaan. Idealiter voorspelt het model zo nauwkeurig mogelijk wanneer een leiding, brug of kademuur vervangen moet worden. Tot op de dag of week nauwkeurig. Op gebied van technische levensduur is er in de loop der jaren veel onderzocht, geleerd en geïnnoveerd. Denk bijvoorbeeld aan ARAN, de Automatic Road ANalyzer: een voertuig dat met een behoorlijke snelheid de technische situatie van een wegdek in kaart kan brengen. En, niet onbelangrijk, dit vervolgens koppelt aan een slim softwarepakket, dat een set aan beheermaatregelen voorstelt. Een ander voorbeeld is het Kademuren Modellering Systeem (KMS) van Havenbedrijf Rotterdam (HbR). Hiermee kunnen op basis van metingen van staal en beton voorspellingen worden gedaan over de technische restlevensduur van de betreffende kademuur. 2 NGINFRAmagazine Technische levensduur: de tijd waarin een asset zijn functie kan vervullen en waarbij de risico’s acceptabel zijn. Economische levensduur: de tijd waarin het economisch rendabel is om een asset in stand te houden. Op een gegeven moment kan het onderhoud en beheer aan assets zo duur worden, dat het economisch voordeliger is een asset te vervangen. Commerciële levensduur: de tijd dat er nog vraag is naar de functionaliteit van een bestaande asset. Compliance levensduur: de tijd waarin een asset voldoet aan wet- en regelgeving. 1 Reactie Edwin Blaauwgeers ‘Bij Vitens werken we hoofdzakelijk met de financiële levensduur, oftewel de afschrijvingstermijn van een asset. Daarnaast is ook de functionele levensduur (gelijk aan commerciële levensduur) veel gebruikt. Hierbij kan gedacht worden aan zuiveringstechnieken die een nog hogere waterkwaliteit mogelijk maken of het vervroegd afstoten van pompen die niet energiezuinig zijn. Ook kan het zijn dat assets eerder worden afgeschreven, omdat een strategie, bijvoorbeeld ten aanzien van de inrichting van je netwerk, is veranderd. Verder kennen we nog iets dat je als “maatschappelijke levensduur” zou kunnen definiëren, maar waarvoor we geen aparte naam hebben. Dat geldt onder andere voor onze winvergunningen. Door toenemende druk op ruimte en/of gewijzigde bestemmingsplannen, kunnen bestaande waterwinningen onder druk komen te staan. Ten behoeve van maatschappelijke baten kun je er dan, vrijwillig of noodgedwongen, voor kiezen deze af te schrijven.’ ‘Sensoring en predictive maintenance zijn ook bij ons een hot thema. In onze langetermijnvisie op infrastructuur die eind 2016 verschijnt, is dit een van de speerpunten waar we op door willen pakken. Maar er gebeurt ook al veel. Het leidingnet van de provincie Friesland wordt bijvoorbeeld voorzien van tweehonderd sensoren die realtime de vraag naar en kwaliteit van drinkwater gaan meten, binnen het pilotproject Friesland Live! En er loopt een traject waarbij we op basis van verzamelde data een intelligent systeem bouwen, SLIMM, waarmee we de benodigde zuiveringsinspanning van ruw water kunnen vaststellen. De ambitie is om op termijn toe te werken naar onder andere onbemande productiebedrijven, vervanging en onderhoud op basis van actuele condities, betere informatievoorziening naar onze klanten en het realiseren van koppelingen met internet-of-thingssystemen binnenshuis voor optimalisatie van onze prestaties. Immers, als meerdere slimme meters in één huizenrij aangeven dat de wasmachine het niet doet, zou dit kunnen duiden op een storing in de watertoevoer.’ 23 2 ESSAY ESSAY Wie managet verbonden risico’s? Interview Paul Schulman 14 IN ONTWIKKELING IN ONTWIKKELING BESCHOUWING BESCHOUWING KORT Restlevensduur, meer dan techniek Maar hoe meten we dat? Hoe meten we prestaties van onze infrastructuur? Betrouwbaarheid en beschikbaarheid ontleed Een niet-functionerende infrastructuur blijft zelden onopgemerkt. Vooral niet als deze indirect ook andere infrastructuren kan platleggen. Dat gebeurt niet vaak, maar als het gebeurt zijn de maatschappelijke gevolgen groot. Inzicht in prestaties van deze van elkaar afhankelijke netwerken is essentieel, maar hoe verkrijg je dat? DOOR MARK DE BRUIJNE Kan een infrastructuur op zichzelf presteren? De afhankelijkheid van Schiphol 26 NGINFRAmagazine Vanuit de optiek van beschikbaarheid wordt veelal gefocust op de infrastructuur waar een organisatie zelf eigenaar van is. Logisch, want daar ligt de directe verantwoordelijkheid en daarop heb je zelf de meeste invloed. Maar hebben infrabeheerders met hun eigen asset management framework de juiste handvatten om het primaire bedrijfsproces te laten renderen? Of zijn er nog andere aspecten die voor beschikbaarheid een rol spelen? DOOR RICHARD LEURS NGINFRAmagazine 27 W e kennen ze allemaal. De momenten waarop de maatschappij ogenschijnlijk piept en kraakt in haar voegen. We herinneren ons nog de persoonlijke omstandigheden van die keer dat we te maken kregen met grootschalige uitval van infrastructuren. Zoals u waarschijnlijk ook nog weet waar u was toen u hoorde dat Pim Fortuyn was neergeschoten. De maatschappelijke impact van de uitval van infrastructuur kan enorm zijn. Elke infrastructuur en elke netwerkbeheerder kent haar eigen verstoringen die grootschalige maatschappelijke impact hebben en waar we niet trots op zijn. Storingen in het internet- en telefoonverkeer, enorme files op de weg, uitvallende vluchten op luchthavens, falende bruggen, leidingbreuken en grootschalige stroomonderbrekingen. Die incidenten drukken ons met de neus op de feiten, schudden ons wakker. We spreken over vitale infrastructuren als de maatschappij ontwricht kan raken als ze uitvallen. Niet alleen in directe zin. Afhankelijkheden tussen vitale infrastructuren nemen 36 NGINFRAmagazine ook toe in onze hoogontwikkelde, technische maatschappij. Denk aan het almaar toenemende belang van data en elektriciteit. Maar deze afhankelijkheden scheppen andersom ook mogelijkheden: juist door de ontwikkeling van technologie in onze maatschappij, beschikken we over het vermogen om onze complexe netwerken zeer succesvol Onbeschikbaarheid Beschikbaarheid Onbeschikbaarheid per jaar 90,00% 95,00% 99,00% 99,50% 99,90% 99,95% 99,99% 99,999% 99,9999% 36 dagen 18 dagen, 6 uur 3 dagen, 15 uur, 40 minuten 1 dag, 19 uur, 48 minuten 8 uur, 46 minuten 4 uur, 23 minuten 52 minuten, 36 seconden 5 minuten, 15 seconden 99.99999% 32 seconden 3 seconden NGINFRAmagazine 22 te besturen en de betrouwbaarheid steeds beter te borgen. De betrouwbaarheid van onze netten is daarmee een verborgen kwaliteit, die zich pas openbaart als de dienstverlening wordt verstoord of onderbroken. Maak dat maar eens meetbaar. Betrouwbaarheid is ‘de waarschijnlijkheid dat een systeem een vereiste functie onder gespecificeerde condities voor een bepaalde periode foutloos kan uitvoeren’. Gegeven deze definitie is het de vraag hoe betrouwbaar de vitale infrastructuren in Nederland zijn en hoe we de prestaties in kaart kunnen brengen. Dat laat zich minder eenvoudig beantwoorden dan je zou vermoeden. Sterker nog, betrouwbaarheid als criterium om prestaties van infrastructuren te vergelijken is helemaal niet goed bruikbaar. Om deze vier redenen: 1. Subjectiviteit Doordat de condities waaronder een systeem foutloos moet kunnen werken vóóraf moeten worden gedefinieerd, is sprake van een inherent subjectief en ‘politiek’ oordeel. Er bestaat onvoldoende eenduidigheid over wat precies vereiste prestaties van vitale infrastructuren dienen te zijn. Verschillende belanghebbenden hebben verschillende verwachtingen van vereiste prestaties van infrastructuren. Een forens wenst beschikbaarheid en betrouwbaarheid tijdens de spits. Wie buiten de spits reist wenst daarentegen juist betrouwbaarheid buiten de spits en bijvoorbeeld ’s avonds en in de weekenden. Bovendien zijn de prestaties niet eenduidig te formuleren, omdat gebruikers verschillende ‘aspecten’ van de geleverde diensten waarderen. Een chemische fabriek wil bovenal een continue elektriciteitsvoorziening, terwijl een onderzoekslaboratorium juist een zo stabiel mogelijk elektriciteitssignaal wenst (frequentie en voltage). Wanneer de wensen en eisen van de een zouden moeten wijken voor die van een ander, is niet objectief vast te stellen. En bovendien is bekend dat de prestatievereisten in de tijd variëren. Als je een keer vliegt, dan wil je dat er vooral dan geen vertragingen in het luchtverkeer zijn. Kortom, onbetrouwbaarheid op juist dat moment is zeer problematisch. Hoewel vanuit het perspectief van de individuele afnemer betrouwbaarheid van de dienstverlening dus een goed criterium kan zijn, is dat op het niveau van infrastructuren minder het geval. Uitspraken over de betrouwbaarheid van infrastructuren zijn minder goed bruikbaar als objectief criterium om mee te vergelijken. 2. Multifunctionaliteit Daarnaast kun je je afvragen of infrastructuren op zichzelf wel een waarde of prestatie leveren, omdat ze onderdeel vormen van een netwerk met andere vitale infrastructuren. NGINFRAmagazine Issues rondom beschikbaarheid • De definitie van beschikbaarheid wordt gedreven door data-beschikbaarheid. Dat bepaalt wat infrabeheerders definiëren onder (niet-)beschikbaarheid. • De relatie tussen betrouwbaarheid en beschikbaarheid is niet eenduidig. Op het spoor is sprake van verminderde beschikbaarheid als de snelheid van treinen beperkt wordt in baanvakken (40 km/uur). Maar bij een verminderde prestatie is de infrastructuur nog wel beschikbaar. • Wat als er redundantie is en die valt weg. Is de asset dan beschikbaar of niet? • Een kade of pier kan wel beschikbaar zijn, maar niet in gebruik. Hoe moet een pier of kade beschouwd worden als deze wel beschikbaar is, maar er geen vraag naar is? Dezelfde voorbeelden gelden op het wegen- en spoornet. • Er bestaat een verschil tussen assets die beschikbaarheidsprestaties autonoom halen versus assets en (delen van) infrastructuren die afhankelijk zijn van prestaties van anderen om die beschikbaarheid te bereiken. • De duur van de niet-beschikbaarheid bepaalt het effect op de maatschappij. Deze dimensie wordt via beschikbaarheid niet meegenomen, maar zou wel meegenomen moeten worden. • De vertaling van beschikbaarheid op netwerkniveau naar het kleinste detail door de keten heen, kan problemen opleveren. Immers, welke bijdrage levert welk onderdeel van een infrastructuur aan de beschikbaarheid van grotere eenheden? De totale beschikbaarheid van een infrastructuur is dus lastig vast te stellen. 37 Vaak realiseren ze meerdere waarden tegelijkertijd. Denk aan een weg op een dijk: het is een waterkering, maar vervult ook een transportfunctie. En een straat kan enerzijds dienen als afwateringskanaal van water, maar tegelijkertijd ook onderdeel van een waterinfrastructuur zijn die tot doel heeft het waterstelsel te beheersen. 3. Datagebrek Ook al zouden we eenduidige definitie(s) van prestaties kunnen opstellen, dan ontbreken vooralsnog te veel gegevens. Betrouwbaarheidsdata zijn zeer gefragmenteerd en niet of nauwelijks vergelijkbaar over specifieke industrieën of landen. Laat staan over verschillende vitale infrastructuren. Publieke data over de betrouwbaarheid van infrastructuren over de lange termijn zijn niet alom beschikbaar. 4. Effect En tot slot, verstoringen in en uitval van (delen van) infrastructuren resulteert lang niet altijd in maatschappeDe afhankelijkheid van Schiphol Kan een infrastructuur op zichzelf presteren? 26 ESSAY ESSAY Beschikbaarheid versus betrouwbaarheid Eén indicator voor het meten van prestaties 36 gen in Apeldoorn en Velsen-Noord staan nog op het netvlies. Door lekken in de waterleidingen kwamen water en modder in de gasleidingen, waardoor mensen in de buurt een aantal dagen geen gebruik konden maken van het gas. Het zijn enkele voorbeelden en we kennen er helaas nog meer. Gekoppelde of in elkaars nabijheid gelegen infrastructuren komen in ons dichtbebouwde land vaak voor. Een gekoppeld systeem minder kwetsbaar maken Kansen zijn er ook. Binnen Themacenter Beschikbaarheid geloven we dat we iets aan de negatieve bijeffecten van gekoppelde infrastructuren kunnen doen. We zoeken samen naar kansen om de beschikbaarheid van de integrale infrastructuur in Nederland te verbeteren. Sturen op maatschappelijke kosten, is daarin essentieel. Het verbeteren van de beschikbaarheid van de integrale infrastructuur van ons land begint bij het in kaart brengen van maatschappelijke kosten die een verstoring teweeg kunnen brengen. Als een verstoringsrisico dat groot maatschappelijk waardeverlies teweeg kan brengen, met slechts beperkte kosten voorkomen kan worden, dan ligt het voor de hand dat die kosten gemaakt worden. Logisch, maar toch werkt het in de praktijk niet altijd. Integraal afwegen met verschillende organisaties Bij oplossingen om verstoringsrisico’s te minimaliseren wordt nog weinig gestuurd op de integrale maatschappelijke belangen. Deels is dat terug te voeren op de steeds complexere afhankelijkheden: we hebben de informatie over de gevolgen van een verstoring niet direct paraat. Vaak weten we pas écht wat de gevolgen zijn, als de verstoring heeft plaatsgevonden. En pas dan kunnen we ook het 46 waardeverlies berekenen. Er is nog een reden waarom het integraal afwegen van oplossingen om risico’s op verstoringen te verkleinen nog weinig gebeurt. De infrabedrijven zijn verschillend georganiseerd en hebben elk andere belangen en belanghebbenden. Maatschappelijke verplichtingen en vereisten zijn niet altijd even gedetailleerd en op dezelfde wijze vastgelegd. Wat door de maatschappij van netbeheerders wordt verwacht, verschilt per sector. Maatschappelijke verplichtingen en vereisten zijn niet altijd even gedetailleerd en op dezelfde wijze vastgelegd. Een groot deel van Noord-Holland en Flevoland is vrijdagochtend rond 9.45 uur getroffen door een grote stroomstoring. Rond 10.50 uur kwam de stroomvoorziening geleidelijk weer op gang. 27 maart 2015 Het treinverkeer is ernstig ontregeld. (…) Op Schiphol konden geen vluchten landen en opstijgen, maar het vliegverkeer komt langzaam weer op gang, al blijft het voorlopig nog wel ontregeld. Het is niet bekend of alle vertraagde vluchten alsnog kunnen vertrekken. (…) De stroomstoring had ook gevolgen voor (spoor-)bruggen en sluizen. Inmiddels werkt de sluis bij Enkhuizen weer en kan ook de brug bij Den Oever weer worden bediend. (…) Door de storing zaten veel mensen vast in liften. De Amsterdamse brandweer werkte hard om iedereen te bevrijden, liet een woordvoerster weten. (…) De stroom in de verkeerscentrale in Velsen van Rijkswaterstaat was omstreeks 12.00 uur weer terug. Het overgrote deel van de matrixborden boven de snelwegen werkt daardoor weer zoals het hoort. Oorzaak is een defect in een hoogspanningsstation in Diemen, zo meldt netbeheerder TenneT. Bij het station vonden werkzaamheden plaats. Bron: NU.nl NGINFRAmagazine Wiens verantwoordelijkheid en welk regime geldt? Een voorbeeld: voor de regionale netbeheerder ligt wettelijk vast hoe betrouwbaar het net dat hij beheert, moet zijn en binnen welke tijdmarge oplossingen geregeld moeten worden. Bij een stroomstoring maakt het niet uit of deze wordt veroorzaakt door slecht onderhoud, te late vervanging of door derden, bijvoorbeeld door graafschade. De netbeheerder moet zijn klanten compenseren. En als er meer capaciteit nodig is, dan is een netbeheerder verplicht die binnen afzienbare tijd te leveren. En verplicht om de klanten te compenseren, als de verstoring te lang duurt. Een wegbeheerder is anders georganiseerd. Als steden uitbreiden, wegen drukker worden en er nieuwe industrieterreinen worden aangelegd, is deze niet wettelijk verplicht extra capaciteit te reserveren op het landelijke wegennet. En bij files of andere verstoringen die leiden tot vertraging op de weg, is hij ook niet verantwoordelijk voor compensatie Grote stroomstoring treft Noord-Holland aan de gedupeerde weggebruiker. De oorzaak van een verstopping is vaak ook lastig toe te schrijven aan een partij. Helemaal als oponthoud extra lang duurt omdat bepaald moet worden op wie verzekeringsmaatschappijen de specifieke materiele schade kunnen verhalen. Ten behoeve van een commerciële partij blijven de wegen hierdoor soms onnodig lang afgesloten en neemt de maatschappelijke schade toe. Moet dit soort onnodig oponthoud niet worden beboet, zou je je kunnen afvragen. Zo hebben we het in ieder geval nog niet geregeld. De verschillende wijze van aansturen, gebruikerscontact, wet- en regelgeving en juridische verantwoordelijkheid maken een integrale afweging van prestaties, kosten en risico’s lastiger. Want oplossingen om de verstoringsrisico’s te verkleinen zijn er, maar de kosten ervan zijn moeilijk te verhalen en de opbrengsten vallen vaak aan andere partijen toe. De oplossing ligt in de praktijk Is er dan geen oplossing voor bovengenoemde problemen? Jawel, binnen NGinfra zijn we van mening dat we kunnen leren van voorbeelden waar in de praktijk oplossingen worden gevonden. Soms vinden we die in kleine projecten, soms in instituties. Neem de relatie tussen netbeheerders en TenneT als het gaat om het afstemmen van investeringen. Aanpassingen binnen de energievoorziening kunnen plaatsvinden in zowel het distributienet als in het koppelnet. De partij die met de aanpassing de laagste maatschappelijk kosten veroorzaakt, is verplícht de investering te doen. Gemaakte kosten mogen via de tarieven worden verrekend aan de klant. Op die manier is in wetgeving vastgelegd hoe netbeheerders met elkaar de maatschappelijke kosten dienen af te wegen. NGINFRAmagazine Netbeheerders investeren gezamenlijk in slimme graafmachine Nederlandse netbeheerders hebben bekendgemaakt gezamenlijk te investeren in apparatuur die graafschade moet voorkomen. Daartoe worden alle graafmachines voorzien van een boordcomputer met detectiesoftware, die kan voorkomen dat kabels en leidingen in de ondergrond geraakt kunnen worden. De investering kan oplopen tot in de miljoenen, maar afgewogen tegen de maatschappelijke waarde die het oplevert is deze over enkele jaren terugverdiend. Eind 2018 moeten alle graafmachines zijn voorzien van de detectiesoftware, die zal worden betaald uit de MIG-pot (Maatschappelijke Infrastructuur Gelden). Het focussen op kosten heeft niet de voorkeur, maar kijken naar totale maatschappelijke waarde óver infrastructuren heen wel. Zou het denkbaar zijn dat zoiets ook zou kunnen gebeuren voor gekoppelde ongelijksoortige infrastructuren? En welke arrangementen zouden dan bedacht kunnen worden? Dat is een richting die we in het Themacenter Beschikbaarheid verkennen. Het focussen op kosten heeft niet de voorkeur, maar kijken naar totale maatschappelijke waarde óver infrastructuren heen wel. Hiervoor is samenwerking, met elkaar en met onderzoeksinstituten, van groot belang. Wie weet laten netbeheerders in de toekomst wel gezamenlijk een apparaat inbouwen in alle graafmachines in Nederland, waardoor deze niet meer kunnen graven op plekken waar kabels en leidingen liggen. En reduceren we daarmee risico’s op verstoringen in de energielevering, waterlevering en in dataverkeer waardoor de maatschappelijke waarde voor Nederland toeneemt. Nu nog even regelen dat de kosten op een goede manier verdeeld of verhaald kunnen worden. Hoe simpel kan het zijn ... Fred Mathot Senior adviseur, Alliander 47 • En verder Eén infrastructuursysteem, één afweging Samenwerken aan een hogere beschikbaarheid 45 De Lunchbox - Frank Bokhorst p. 30 Praktijk - Hoe Rijkswaterstaat stuurt op beschikbaarheid p. 40 Wetenschap - Gewenste performance centraal in interne prestatie-afspraken, hoe werkt dat? p. 43 NGINFRAmagazine 7 2018? En verder Pagina 6

Pagina 8

Heeft u een relatiemagazine, digi-magazine of digitale jaarverslagen? Gebruik Online Touch: presentatie converteren naar een online publicatie.

NGinfra 4 2016 Lees publicatie 159Home


You need flash player to view this online publication