FEATURE verwijt Shell niet alleen dat ze haar verantwoordelijkheid voor een duurzame wereld niet neemt (hoewel Van Beurden de investering in gas als een van de oplossingen voor een duurzamere wereld presenteert), maar dat ze tevens een onverantwoorde en kortzichtige zakelijke beslissing neemt. ‘Shell bestaat over 20 jaar niet meer’, is Rotmans’ doctrine. Tenzij het Brits-Nederlandse bedrijf nu een omschakeling naar duurzame energie maakt. Wie moeten we geloven: Shell of Rotmans? Of misschien moeten we de vraag stellen: waar zijn we met z’n allen toe in staat als het gaat om het maken van een energietransitie? Voor de fossiele economie en de planning van haar onderliggende vitale infrastructuren zijn deze vragen essentieel. Infrastructuren leggen we namelijk voor decennia aan. Tenminste, zo werkte het in de ‘oude’ wereld. Met infrastructuren anticipeerden we op expansie, die weer nodig was om economisch te kunnen groeien en een toenemend aantal monden te voeden. De havens van Rotterdam en Amsterdam zijn twee voorbeelden van deze vitale infrastructuren. Rotterdam is voor bijna de helft van haar overslag afhankelijk van olie en is groot in olieraffinage en petrochemie; Amsterdam is de grootste benzinehaven ter wereld en is daarnaast de tweede kolenhaven, na Rotterdam. Maar hoe sorteer je voor op een onzekere toekomst die ergens zal eindigen tussen wensdenken en het uiterst conservatieve scenario van Shell? ‘We weten niet hoe snel het gaat’ ‘Voor het Europese achterland zien onze klanten dat de markt voor benzine kritischer wordt. Wereldwijd neemt de vraag toe’, zegt Leonie van den Beuken, hoofd spatial planning & environmental issues bij de Haven van Amsterdam. De haven van onze hoofdstad is vooral groot in blending van benzines die vanuit het Westelijk Havengebied de hele wereld over gaan. Van den Beuken: ‘Wij zijn een energiehaven en willen dat blijven, dus zetten we flink in op andere vormen van energie, zoals zon, wind, biobased en ook opslag van hernieuwbare energie.’ Dat doet de haven van Rotterdam ook. ‘Ongeloofwaardig’ noemt Caroline Kroes, corporate strategist bij het Rotterdamse Havenbedrijf, scenario’s die voorspiegelen dat we komende decennia juist méér fossiele brandstoffen gaan opstoken. ‘We hebben zojuist een klimaatakkoord gesloten om een maximum te stellen aan de opwarming van de aarde. En daarvoor moeten we in 2050 tenminste 80 procent minder CO2 uitstoten.’ Kroes wil helemaal niet van een onzekere toekomst spreken. ‘Die energietransitie, die komt er.’ Leonie van Beuken is het daarmee eens. ‘De onzekerheid zit ‘m echter in het tempo. We weten niet hoe snel het gaat.’ Aan de hand van drie vragen staan we stil bij de toekomst zoals beide havenbedrijven die voor zich zien. 14 • Casus 1 Amsterdamse haven Hoe sorteer je voor op de toekomst? Leonie van den Beuken: ‘Natuurlijk proberen we een omslag te maken naar andere vormen van energie. We weten immers allemaal dat we niet door kunnen op de huidige wijze en dus fors moeten inzetten op CO2-reductie. Waar mogelijk doen we dit samen met onze klanten. We verkennen met hen de mogelijkheden van biobased energie. We trekken nieuwe vormen van productie van energie aan. En we denken na over de vraag in hoeverre we ook wind- en zonne-energie kunnen opslaan. Het is nog lastig om bij grote investeringen in de onderliggende infrastructuur al op de toekomst te anticiperen. Denk aan stoomnetten en andere warmte-infrastructuur dan wel kades. Het belangrijkste is dat je nieuwe infrastructuur robuust uitvoert, waarmee ik wil zeggen dat ze adaptief zijn. Dus als je een nieuwe kade aanlegt, moet je er rekening mee houden dat er niet alleen kolenschepen kunnen aanleggen, maar dat die kade over 10 jaar eventueel voor andere doeleinden kan worden gebruikt.’ Wat doe je nu al concreet? ‘Heel belangrijk was de beslissing in 2008 door Havenbedrijf Amsterdam en de gemeente Amsterdam om géén nieuwe haventerreinen meer uit te geven voor fossiele overslag of daaraan verbonden activiteiten, omdat we verdere investeringen in een fossiele economie onwenselijk vonden. ‘We waren daarin een absolute voorloper. Het heeft de haven positie gekost, maar met het oog op de toekomst was het denk ik wel een verstandige keuze. We willen immers minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Met onze Visie 2030 hebben we een heldere keuze gemaakt om in te zetten op een duurzame, adaptieve haven. Adaptief is niet alleen relevant voor de energietransitie, maar ook om te kunnen inspelen op andere ontwikkelingen, zoals circulaire economie, schaalvergroting van scheepvaart en digitalisering. In onze Visie zetten we in op waardegebieden die toegevoegde waarde bieden voor haven, stad en regio. Onder andere met energie en hergebruik van afvalstromen; hier hebben we al een stevige positie in.’ Tegen welke dilemma’s loop je op? ‘Amsterdam is ongekend goed in blending. Van de raffinaderijen in Rotterdam krijgen we benzines binnen, die geven we in Amsterdam allemaal een andere spec en de benzines gaan vervolgens via vrachtwagens en schepen verder Europa en de wereld in. Vermoedelijk zal de markt voor benzine in Europa geleidelijk aan teruglopen door de opkomst van elektrisch rijden, maar wereldwijd zien onze klanten de markt voor benzine vooralsnog groeien. NGINFRAmagazine Pagina 13

Pagina 15

Interactieve e-spaarprogramma, deze vakblad of sportblad is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het naar een digitale publicatie converteren van digi-folders.

NGinfraMagazine 2 2016 Lees publicatie 207Home


You need flash player to view this online publication